Met een liefdevol bereidde omelet voor ons genieten we van het uitzicht over het water. De vogels vliegen druk heen en weer. De eigenaresse vraagt geïnteresseerd naar onze plannen voor vandaag…….”richting ‘Rhodes’ over de ‘Naudesnek Pas”, is het antwoord. Ze heeft zo haar twijfels want de weg naar de pas toe is smal en steil, meer geschikt voor een 4WD en 20 jaar geleden, toen zij er overheen reed, was er niks aan gedaan. Als ik dat hoor dan heb ik zo mijn twijfels of we het wel moeten doen. Nou ben ik wat voorzichtiger en zie ik meteen al “beren op de weg”. HP neemt dat soort verhalen altijd met een korreltje zout, mensen mogen immers ook graag overdrijven.
Na twee dagen op zoek te zijn geweest naar een leuke accommodatie hopen we dat dat aan het einde van de dag wél gaat lukken, zodat we daar wat langer kunnen verblijven.
Maar eerst een bezoek aan de kapper. De bezoekjes in Afrika zijn het leukst, het is er altijd een gezellige en rommelige boel.
Ik rommel deze keer nog wat in de lodge terwijl HP om 09.00 uur op zoek gaat naar een kapper. Een uur later doet hij met een teleurgesteld gezicht de deur open.
Met een onafgemaakt kapsel is hij zo bij de kapper weggelopen. De achterkant zag er met de tondeuse goed uit. Maar bovenop wist de kapper geen raad met dat kroesloze piekhaar. In het wilde weg is hij begonnen met knippen…..STOP!!.
...”Ik kom wel terug met mijn vrouw, dan kan zij het afmaken”, was zijn reactie. Uiteindelijk hebben we in alle rust in de lodge het kapsel “hersteld” en ik kan zeggen dat mijn kunsten in de smaak vielen bij de klant. Om 11.00 uur stappen we in de auto en bij de afslag ‘Mount Fletcher’ gaan we richting de ‘Naudesnek Pas’ een ongeasfalteerde en smalle bergweg op.
De gravelweg veranderde in kleine steentjes, deze werden langzaam groter en uiteindelijk hebben we alleen nog maar op keien gereden. De oneffenheden in de weg werden gaten en die gaten werden kuilen…….en onderweg hadden we aan een plaatselijke boer nog wel gevraagd of deze auto geschikt was om mee verder te rijden. Natuurlijk! zei hij, deze auto is prima voor de weg. Nou er was niks natuurlijks aan kan ik je zeggen. Ondanks dat we ons in een zeer mooie, groene, berg- en rotsachtige omgeving bevonden werd het genieten langzaam minder. Omdat er weinig vrijheid onder de auto is schraapten we regelmatig het zand en de stenen op. De diepe kuilen werden door ons opgevuld met losliggende keien, anders konden we niet door. Deze “enorm leuke actie” hebben we vijf keer moeten uitvoeren. HP in de auto en ik aanwijzingen geven. Zo zijn we voetje voor voetje verder gekropen over het zeer beroerde pad dat, achteraf, écht alleen met een 4WD te doen was en niet met een volgeladen Corolla. Maar dát staat niet aan het begin van de “weg” aangegeven.
Met de kilometerteller hielden we de afstanden naar de tamelijk schaarse hutjes bij. Als we tóch vast komen te zitten dan weten we waar we eventueel hulp kunnen halen. Even later kwamen we, in dit uitgestorven landschap, nog een politiewagen (4X4) tegen. Hij kon ons vertellen dat de weg verderop wat beter werd. Dat klopte, de weg werd ietsje beter. Maar toen we dachten alles gehad te hebben……..verscheen er voor ons een enorme plas water. De enige manier om aan de overkant te komen was door het midden. Aan beide kanten lag drassig gras met een brede afwateringsgeul. Nou dat “ding” heeft het water goed afgevoerd….niet dus! Hoe diep zal het zijn?? HP begon alvast de bagage uit de auto te halen en naar de andere kant van de plas te dragen, dit is allemaal extra gewicht en we liggen al zo laag. Ik heb met blote voeten de diepte van de plas verkend; in het midden tot mijn knieën en aan de zijkant tot de helft van mijn kuiten. Met volle concentratie neemt HP plaats achter het stuur en met gespannen gezicht geef ik voorzichtig aanwijzingen. Een beetje meer naar links, stuur recht houden, het water komt langzaam hoger, blijven rijden en niet vastgezogen worden in de blubber. Met een zucht van verlichting halen we opgelucht de andere kant. We hebben het gehaald!

Je moet er toch niet aan denken dat je op zo’n plek vast komt te zitten. Als we eindelijk op de splitsing aankomen besluiten we de ‘Naudesnek Pas’ over te slaan. We zijn hoog en ver genoeg geweest. De ontlading is groot als de beroerde weg ,6 uur later, in asfalt overgaat. Inmiddels is het 20.00 uur als we de stad ‘Umtata’ binnen rijden. Het aanbod van accommodaties in de steden valt tegen maar na een tip van een taxichauffeur weten we nog wat aardigs te vinden.
Het is dinsdagochtend. De bestelde cappuccino laat op zich wachten.
Dat is nou typisch Afrika; ze hopen dat je je bestelling vergeten bent als het zo lang duurt. Het apparaat blijkt stuk te zijn en dat durven ze je dan niet te vertellen en daarom wordt je verder genegeerd. Dan onderweg maar een koffie scoren. Richting ‘Addo’ bellen we een paar B&B’s. We zijn niet zo van de B&B want dan zit je meestal écht bij de mensen in huis maar in deze omgeving kom je er bijna niet onderuit. Op basis van uitleg, prijs en vriendelijkheid aan de telefoon maken we een keuze. We weten niet zo goed wat we moeten verwachten als we op de stoffige ongeasfalteerde weg rijden tussen de citrusbomen en koeien. Slapen we straks bij de boer op het erf, of in een muffige schuur tussen de koeien?
En we hadden ons nog wel voorgenomen om een paar dagen te blijven.
In de fraaie tuin heet een nette dame ons welkom en gaat ons voor naar Garden Cottage “Hoopoe”. “Psst, als het niks is blijven we maar 1 nachtje hoor”, fluister ik zachtjes. We werden blij verrast; een zeer grote en frisse ruimte met een zitje en een enórm groot bed. Gelukkig, hier gaan we het zeker een paar dagen uithouden.
Als we even later willen internetten worden we, door het grote hoofdgebouw, naar haar dochters kantoor geleid, die op dat moment op een andere computer aan het werk is. We worden voorgesteld aan Belinda. Ze is 41 jaar en heeft 14 jaar geleden een heel zwaar auto-ongeluk gehad. Haar rechterkant is verlamd en spastisch, haar spraak is aangetast, maar ze weet zich inmiddels toch goed verstaanbaar te maken. Om 19.00 uur worden we aan tafel verwacht voor een voortreffelijk 3-gangen diner. De producten komen veelal uit eigen tuin.
De dagen erna hebben we genoeg werk kunnen verrichten. Er moest het een en ander geregeld worden voor de verlenging van onze reis. We hebben besloten om niet naar ‘Bali’ te gaan maar twee weken ‘Kaapstad’ er aan vast te plakken. Dit vereiste enig zoekwerk naar een mooie en centrale accommodatie, tickets die omgezet moesten worden, autohuur aanpassen...etc. Als je, via internet, vragen hebt uitgezet dan moet je natuurlijk weer wachten op de antwoorden en daar hadden we hier mooi de tijd voor. In ‘Kirkwood’, zo’n 20 min. verderop, hebben we gezellig door het centrum gelopen en de winkeltjes bekeken die, uiteindelijk, allemaal hetzelfde verkopen. Meteen ook de auto maar laten wassen, die was wel aan een beurt toe. De binnen- en buitenkant, maar ook de onderkant, werd stevig onderhanden genomen. Terwijl wij genieten van de mensen op straat is er drie man bezig om de auto, een uurtje later, weer als nieuw af te leveren.

Donderdag. Een bezoek aan ‘Addo Elephant NP’. Het is bewolkt dus dat komt mooi uit. In vergelijking tot andere parken valt het qua verzorging van de omgeving erg tegen. Maar geen gebrek aan olifanten hier natuurlijk.
Om 17.30 uur zijn we door de eigenaar van onze B&B uitgenodigd voor een tour over zijn “landgoed”. We stappen achter in de pick-up en rijden tussen de koeien en de citrusplantages door. Helaas zijn de sinaasappelen en citroenen nog groen, deze worden later dit jaar geoogst en grotendeels geëxporteerd. De man heeft hier al zijn passie in liggen, dat merk je als hij vol trots hierover praat. De vrijdag blijven we in en om de cottage, het is ook een te warme dag om iets te ondernemen; zo’n 40 graden.
HP helpt Belinda met wat computerprobleempjes en ik vermaak me met de foto’s.
Zaterdag nemen we met gemengde gevoelens afscheid. We moeten weer verder maar hadden ook graag nog even gebleven bij deze bijzonder vriendelijke en warme familie.
Het was een speciaal bezoek waar de aanwezigheid van Belinda, met haar gevoel voor humor, een grote rol in heeft ingespeeld.
Onderweg naar ‘Graaff-Reinet’ verandert het groene landschap in een dorre en droge bedoening. Ze kunnen hier zéker wel wat regen gebruiken. Het is opnieuw warm, erg warm, de temperatuur blijft op 41 graden steken.
Het is alsof er een warme föhn tegen je aan blaast als je de auto uitstapt. We belanden weer in een B&B in een van de straatjes van het dorp. Een oud pand waarvan een gedeelte van de kamers is ingericht als slaapvertrekken, ieder met een eigen thema. Wij kiezen voor de frisse blauw/witte kamer die ons een beetje aan Nederland doet denken.
De laatste dag van de week. De ochtend brengen we een bezoek aan de plaatselijke kerk want we wilden dat “Gospel-gevoel” wel eens meemaken. Je kent dat wel: van die donkere mannen en vrouwen in lange gewaden die uitbundig staan te zingen en te dansen.
Toen we bij de kerk aankwamen waren we niet helemaal zeker van onze keuze; teveel blanken. Tóch namen we
achter in de kerk plaats. Het leek wel karaoke! Vanaf een groot videoscherm kon je de liederen meezingen. Nou, we hadden al gauw door dat dit niet hetgeen was dat wij verwacht hadden en zachtjes verlieten we de kerk. Het leek wel de EO Jongeren dag.
We hebben een rondje door het dorp gelopen dat bekend staat om zijn oude gebouwen. De middag “vrij”. Dat is ook wel lekker met het voortdurende warme weer. Om 16.30 uur stappen we in de auto om naar ‘The Valley of Desolation’ in het ‘Camdeboo NP’ te rijden, zo’n 15 km. verderop. Het is nog steeds 38 graden! Een smal weggetje door de bergen brengt ons bij het uitzichtpunt. Hier heb je goed zicht op de uitgestrektheid van het ‘Karoo-landschap’, met op de voorgrond de zandstenen pilaren. Het uitzicht is het mooist als de zon ondergaat en zo eindigt onze dag met een mooie zonsondergang.
Volgende week maar richting het ‘Karoo NP’ of tóch zakken naar de kust voor de tuinroute? Ach, dat zien we morgenochtend wel.